De standaard: Vrijwilligers krijgen statuut!
|
Onze samenleving draagt vrijwilligers op handen, tot er iets gebeurt. Bij een ongelukje of ongeval blijken vrijwilligers vaak niet verzekerd te zijn met alle juridische en financiële ellende van dien. Ook bestaat onduidelijkheid over hoeveel onkostenvergoedingen een vrijwilliger mag opstrijken om nog van een vrijwilliger te spreken.
Het nieuwe wetsvoorstel, dat gedragen wordt door een brede meerderheid, bepaalt dat de organisatie die vrijwilligers aan het werk zet, aansprakelijk is bij schade. Het zegt ook dat vrijwilligers moeten verzekerd zijn.
Initiatiefneemster Greet Van Gool (SP.A): ,,Aanvankelijk waren we tegen een verplichte verzekering omdat zoiets duur kon zijn voor kleine organisaties die vrijwilligers nodig hebben. Maar de Hoge Raad voor Vrijwilligers pleitte voor een verzekering. Intussen blijkt dat kleinere organisaties zich, tegen een lage vergoeding, kunnen aansluiten bij een algemene verzekering die bijvoorbeeld door de gemeenten wordt afgesloten. Op die manier is het wel betaalbaar voor hun.''
Het statuut biedt de vrijwilliger niet alleen een verzekering, maar ook rechtszekerheid en duidelijkheid.
,,Vrijwilligers werken in principe onbezoldigd. Alleen krijgen sommigen wel een vergoeding voor hun onkosten. Telefoonkosten, vervoerkosten Als die kosten bewezen worden, is er geen probleem. Als die niet bewezen wel.''
Vooral bij de sociale partners bestond de vrees dat op die manier oneigenlijk gebruik zou worden gemaakt van het vrijwilligersstatuut. Dan zouden er vrijwilligers bestaan die pseudo-betaald werk verrichten dankzij een ruime onkostenvergoeding. Om dat tegen te gaan, zijn er maximumbedragen vastgelegd. Een vrijwilliger mag maximum 27 euro per dag krijgen als forfaitaire onkostenvergoeding. Of 600 euro per kwartaal en 1.094 euro per jaar. Die bedragen zullen na twee jaar worden geëvalueerd.
Werkloze vrijwilligers die zich daaraan houden, hoeven dus geen angst te hebben dat hun werkloosheidsvergoeding zal verminderen wegens hun vrijwilligerswerk. Idem voor leefloners of bruggepensioneerden.
Wie een vervangingsinkomen heeft, moet zijn vrijwilligerswerk aangeven bij de RVA. Als die binnen de 14 dagen niet reageert, is alles oké. Een hele verbetering ten opzichte van het huidige papierwerk.
printversie
|
|